Als gedragsdeskundige met een grote fascinatie voor honden en hun gedrag, krijg ik vaak de vraag waarom sommige honden ineens en zonder waarschuwing een andere hond, een kind of zelfs een volwassene aanvallen. In de literatuur en in de praktijk wordt dit vaak aangeduid als prooiagressie of prooivang-gedrag. Tegenwoordig weten we dat dit gedrag kan variëren van een natuurlijke jachtrespons tot een vorm van instrumentele agressie die in de volksmond ook wel dog killing agressie wordt genoemd.
Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen prooiagressie en 'gewone', emotioneel geladen agressie. Bij de klassieke, defensieve agressie voelt de hond zich bedreigd of angstig en probeert hij afstand te creëren van een waargenomen gevaar. Denk hierbij aan grommen, blaffen of dreigen voordat er daadwerkelijk wordt gebeten.
Prooiagressie daarentegen vertoont een ander patroon. Het gedrag is vaak kalm en doelgericht. Voordat de aanval plaatsvindt, kan de hond een beheerste locomotie vertonen, loer- of sluipgedrag. Het slachtoffer wordt vaak in de rug of nek vastgepakt, en de aanval kan gevolgd worden door vastbijten of schudden. Er is weinig tot geen sympathische activiteit zichtbaar, en de hond vertoont geen duidelijke angst of onzekerheid. Dit suggereert dat de aanval een instrumenteel doel heeft, namelijk het ‘uitschakelen’ van het slachtoffer, zonder emotionele lading zoals bij defensieve agressie. Voor het vangen van een prooi is dit logisch, maar als dit naar soortgenoten of mensen gebeurt heeft het meer uitleg nodig.
Bij sommige honden wordt dit gedrag zo extreem dat het lijkt alsof zij hun soortgenoten niet meer herkennen als soortgenoot. In deze gevallen spreken we van dog killing agressie, waarbij de intentie van de hond lijkt samen te vallen met de jacht: het slachtoffer wordt behandeld als prooi, met het doel het uit te schakelen. Het opvallende hierbij is dat deze vorm van agressie vrijwel zonder dreigen of geluiden plaatsvindt. Het is een instrumentele vorm van agressie, mogelijk zonder emotionele component. In de praktijk zie je soms variaties, zoals borstelen van het haar of het niet volledig afronden van 'the kill', maar de kern is dat de motivatie verschilt van angst of defensie: de hond is doelgericht in de aanval.
Het gebruik van de term prooiagressie voor dit soort gedrag is ook te zien in de Engelstalige pers, waar mensen die anderen stelselmatig misbruiken, verkrachten of vermoorden, vaak (sexual) predators worden genoemd. Impliciet geeft dit aan dat we hier te maken hebben met abnormaal of anti-sociaal gedrag. Bij honden die andere honden of mensen zonder waarschuwing aanvallen, geldt hetzelfde: het gaat om een gedrag dat buiten de normale sociale interacties van de soort valt.
Allen Siegel, een onderzoeker naar agressie bij mensen, pleit voor een indeling in twee soorten: affectieve defence en predator attack. Affectieve defence komt overeen met de defensieve, emotioneel geladen agressie die we bij honden vaak zien wanneer zij zich bedreigd voelen. Predator attack komt overeen met prooiagressie en dog killing agressie: een doelgerichte aanval zonder angst of dreigen. Onderzoek bij katten laat zien dat deze twee vormen duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn, zowel in gedrag als in fysiologie.
Het is echter niet altijd zo dat deze vormen strikt gescheiden blijven. Siegel wijst erop dat prooiagressie kan omslaan in defensieve agressie als het slachtoffer weerstand biedt. Panksepp en Biven benadrukken in hun werk van 2012 dat bij agressie meerdere emotionele hersensystemen tegelijk of afwisselend geactiveerd kunnen zijn. Dit betekent dat een hond die aanvankelijk een prooi aanviel, toch plotseling defensief kan reageren als hij op weerstand stuit.
Volgens Jaak Panksepp is er bij prooiagressie sprake van een sterk pleziercomponent: honden genieten van het ‘killen’. Prooiagressie wordt sterk gekoppeld aan het door dopamine gestuurde Seeking-systeem in de hersenen. Dit systeem motiveert het individu om bepaalde doelen te bereiken of behoeften te vervullen. Het vervullen van een jacht- of prooi-gedreven behoefte zorgt voor een vrolijke, hoopvolle stemming bij de hond, wat verklaart waarom sommige honden ernaar terugkeren, zelfs wanneer er geen echte overlevingsnoodzaak is.
Wanneer ik een hond observeer die plotseling overgaat op een aanval, let ik op enkele typische kenmerken die prooiagressie waarschijnlijk maken. Ten eerste is er vaak een beheerste locomotie voorafgaand aan de aanval: loer- of sluipgedrag. Ten tweede is er geen duidelijke sympathische activiteit, zoals hijgen, kwijlen of verhoogde hartslag. Ten derde wordt het slachtoffer vaak in de rug of nek vastgepakt en gebeten of geschud. Deze gedragingen onderscheiden prooiagressie van gewone, defensieve agressie. Ook zijn er geen dreigsignalen of afstand-vergrotende signalen te zien zoals, lip optrekken, tanden laten zien, grommen en gromblaffen. Het doel van het gedrag is immers niet om de dreiging weg te jagen, maar om deze te elimineren.
Het is nog niet volledig duidelijk waarom sommige honden een soortgenoot behandelen als een prooi. Waarschijnlijk speelt de positieve kick die de aanval geeft een rol, vooral bij tamelijk weerloze of zwakkere slachtoffers. Genetische predispositie kan ook een factor zijn. Uit onderzoek bij verschillende diersoorten blijkt dat selectief fokken op agressieve individuen vaak leidt tot nakomelingen die bovengemiddeld agressief zijn en soortgenoten proberen te doden. Dit kan een verklaring bieden voor bepaalde hondenrassen, zoals pitbulls en bulldogs, die voor vechten zijn gefokt. Bij deze rassen kan selectie op prooiagressie leiden tot honden die relatief emotieloos in de aanval gaan. Ook weten we dat prooiagressie op soortgenoten vaker voorkomt bij honden die onvoldoende of slecht gesocialiseerd zijn op soortgenoten.
Al deze factoren maken het uitermate lastig om een hond die onverhoeds overgaat op prooiagressie te heropvoeden. Klassieke trainingsmethoden zoals straffen of afleiden werken vaak niet, omdat het gedrag doelgericht en niet emotioneel geladen is. Daar waar het soortgenoten, huisgenoten of mensen betreft zijn voorkomen van problemen en management de enige tools.
Bij honden die jagen op katten, eenden, vee of wild kan een predatory replacement training een goede trainingsmethode zijn om het gedrag beheersbaar te maken.
Predatory Replacement training richt zich op het aanleren van een alternatief, veilig gedrag dat de hond kan uitvoeren in situaties waarin hij normaal prooiagressie zou vertonen. Het doel is niet om de agressie volledig te onderdrukken, maar om de hond te leren zijn energie en motivatie om te jagen op een gecontroleerde manier te kanaliseren. Bijvoorbeeld, een hond kan worden getraind om een speeltje te dragen of een specifieke taak uit te voeren wanneer hij een potentieel ‘slachtoffer’ ziet. Dit vervangt het oorspronkelijke prooigedrag door een sociale en veilige interactie. Hoewel replacement training geen garantie biedt dat de hond nooit meer prooiagressie zal vertonen, kan het wel het risico aanzienlijk verkleinen en de hond veiliger maken in de omgang met soortgenoten en mensen. Omdat de training bestaat uit het bevorderen van het 'samen jagen' met veilige elementen uit de jachtketen en en het ombuigen van het jachtgedrag naar een andere prikkel (de baas en zijn speeltjes) is dit geen geschikte training voor honden die prooiagressie vertonen naar soortgenoten of mensen.
Het gedrag van een hond met prooiagressie is dus het resultaat van een complex samenspel van genetische aanleg, neurowetenschappelijke systemen en leerervaringen. Het Seeking-systeem, dopamine en de positieve emoties die verbonden zijn aan het achtervolgen en vastpakken van een prooi, spelen allemaal een rol. Tegelijkertijd kan de context van het slachtoffer en eerdere ervaringen het gedrag moduleren, waardoor prooiagressie soms overgaat in defensieve agressie.
Prooiagressie, of prooivang-gedrag, is een fascinerend maar complex fenomeen. Het verschilt wezenlijk van defensieve, emotioneel geladen agressie en kan bij sommige honden overgaan in een extreem instrumenteel patroon, dog killing agressie genoemd. Onderzoek bij zowel mensen als dieren, zoals dat van Allen Siegel en Jaak Panksepp, helpt ons te begrijpen hoe en waarom dit gedrag ontstaat.
Voor hondeneigenaren, trainers en gedragsdeskundigen betekent dit dat voorzichtigheid en kennis cruciaal zijn. Het voorspellen en heropvoeden van honden met prooiagressie is moeilijk, maar replacement training biedt een kans om de hond veiliger te maken en alternatieve gedragingen aan te leren daar waar het gaat om jagen op wild, vogels of katten.
Tot slot is het belangrijk te beseffen dat prooiagressie niet altijd een teken is van emotionele instabiliteit of angst. Vaak gaat het om een instrumenteel en doelgericht gedrag, gestuurd door het Seeking-systeem in de hersenen en versterkt door positieve emoties. Dit maakt het gedrag zo hardnekkig en soms moeilijk voorspelbaar. Door kennis van ethologie, neurowetenschap en gedragsbiologie kunnen we echter beter begrijpen wat er in het hoofd van de hond gebeurt en hoe we veilig met deze complexe gedragingen kunnen omgaan.
Het onderzoek naar prooiagressie bij honden staat nog in de kinderschoenen, maar door de inzichten van onderzoekers zoals Siegel, Panksepp en Biven kunnen we een fundament leggen voor een beter begrip van dit gedrag. Het is mijn persoonlijke fascinatie en drijfveer om deze kennis te delen met collega’s, eigenaren en trainers, zodat we honden veiliger kunnen begeleiden en tegelijkertijd hun natuurlijke drijfveren kunnen respecteren en kanaliseren.



