Veel hondeneigenaren schrikken als ze horen dat hun hond Giardia heeft. Logisch ook, want het staat bekend als een hardnekkige darmparasiet die diarree en gedoe kan geven. De reflex is vaak: behandelen en weg ermee. En soms is dat ook nodig. Maar in de praktijk zie ik regelmatig dat het probleem daarna gewoon weer terugkomt. En precies daar wordt het interessant.
Want waarom krijgt de ene hond Giardia zonder klachten, terwijl de andere hond er flink ziek van wordt? En waarom blijft het bij sommige honden terugkomen, ondanks behandeling?
Steeds vaker kijken we niet alleen naar de parasiet zelf, maar naar de darm als geheel.
De darm is namelijk niet alleen een buis waar voer doorheen gaat. Het is een complex systeem waarin vertering, immuunsysteem en bacteriën (het microbioom) nauw samenwerken. Je kunt het zien als een soort filter: voedingsstoffen mogen erdoor, maar ongewenste stoffen worden tegengehouden. Als die balans verstoord raakt, werkt dat filter minder goed.
In dat geval kan een parasiet zoals Giardia makkelijker problemen geven. Niet per se omdat de parasiet zo sterk is, maar omdat de darm minder weerbaar is.
In de volksmond wordt dit wel een “lekkende darm” genoemd. Dat klinkt alsof de darm letterlijk kapot is, maar zo simpel is het niet. Het gaat er meer om dat de darmwand gevoeliger en minder selectief wordt. Stoffen die normaal buiten zouden blijven, kunnen nu toch invloed krijgen op het lichaam. Dat kan zich uiten in diarree, wisselende ontlasting, maar ook in bredere klachten zoals jeuk, onrust of een verminderde weerstand.
Als je daar naar kijkt, wordt Giardia ineens minder het hoofdprobleem en meer een signaal. Een aanwijzing dat er iets uit balans is.
Dat betekent niet dat je Giardia moet negeren. Zeker niet. Maar alleen behandelen met medicatie zonder verder te kijken, is vaak niet voldoende. Als de darm niet herstelt, blijft de kans bestaan dat klachten terugkomen.
Wat ik in de praktijk vaak zie, is dat meerdere factoren een rol spelen. Voeding die niet optimaal wordt verdragen. Stress of spanning, bijvoorbeeld door veranderingen in huis of omgeving. Jonge honden met een nog onrijp systeem. Of honden die al vaker medicatie hebben gehad, waardoor de darmflora uit balans is geraakt.
Het mooie is dat je daar vaak wél iets mee kunt. Door te kijken naar voeding, rust, voorspelbaarheid en het ondersteunen van de darmgezondheid, kun je de basis verbeteren. En daarmee ook de weerstand tegen dit soort problemen.



