De ene hond trekt alsof de finish van de Tour de France om de hoek ligt, de andere heeft vooral haast om bij iedere grasspriet te komen. En dan heb je nog de hond die op de heenweg nauwelijks vooruit wil, maar op de terugweg ineens over een ingebouwde turbo blijkt te beschikken. We noemen het allemaal ‘trekken aan de lijn’, maar daarmee zeggen we eigenlijk alleen iets over wat we aan de buitenkant zien. De lijn staat strak. Interessanter is wat er aan de andere kant van die lijn gebeurt. Waarom trekt deze hond, op deze plek en op dit moment?
Want een hond die trekt omdat hij niet kan wachten om het bos in te gaan, vraagt om een andere aanpak dan een hond die zo snel mogelijk naar huis wil omdat hij buiten bang is. Tijd dus om eens kennis te maken met een paar veelvoorkomende trekkers.
De enthousiaste haastmaker
Deze hond weet precies waar jullie naartoe gaan. Het bos! Het veld! De hondenschool! En blijkbaar heeft niemand hem verteld dat die plek er over vijf minuten ook nog ligt. De enthousiaste haastmaker trekt vooral omdat vóór hem iets heel leuks ligt. Hoe dichter hij bij zijn bestemming komt, hoe groter de haast vaak wordt. Stilstaan zodra de lijn strak staat klinkt dan logisch, maar kan bij sommige honden juist extra frustratie oproepen. Ze willen vooruit en worden telkens tegengehouden. Het resultaat kan zijn dat ze nóg harder gaan trekken, piepen, springen of in de lijn happen.
Bij deze hond kan het helpen om hem eerst wat gelegenheid te geven om te bewegen en te snuffelen. Vraag daarna pas om korte stukjes samen lopen. Ook een langere lijn op een goed passend tuig kan op geschikte plekken meer bewegingsvrijheid geven. En misschien hoeft die wandeling naar het bos ook niet iedere dag een gehoorzaamheidsexamen te worden.
De neus-op-pootjes
Zijn lichaam loopt met jou mee, maar zijn neus heeft een geheel eigen agenda. Links ligt een interessant geurtje, rechts heeft vannacht vermoedelijk een kat gelopen en drie meter verderop staat een grasspriet waar absoluut nader onderzoek naar gedaan moet worden. Bij deze hond is snuffelen een belangrijke motivatie. Daar voortdurend tegenin trainen is niet alleen lastig, maar ook jammer. Snuffelen hoort bij hond-zijn en levert de hond veel informatie over zijn omgeving.
Je kunt die behoefte juist gebruiken. Een stukje lopen met een ontspannen lijn kan bijvoorbeeld gevolgd worden door 'ga maar snuffelen'. Zo wordt toegang tot een interessante geur een beloning voor prettig meelopen. Dat betekent overigens niet dat je bij iedere grasspriet een kwartier hoeft te wachten. Ook een neus-op-pootjes kan leren dat jullie soms samen doorlopen en op andere momenten uitgebreid de tijd nemen om te snuffelen.
De jager
Een vogel vliegt op. Een kat steekt over. In de verte beweegt iets wat misschien, heel misschien, een konijn zou kunnen zijn. Weg hond. Bij deze honden speelt vaak veel meer dan alleen lijnvaardigheid. Het zien van beweging of oppikken van een geur kan gedrag activeren dat sterk samenhangt met zoeken, achtervolgen en jagen. Op zo'n moment wint het 'wandelen aan de slappe lijn' het niet altijd van een konijn.
Dat betekent dat je verder moet kijken dan alleen het trekken. Afstand tot prikkels, leren reageren voordat de opwinding te hoog wordt en voldoende mogelijkheden krijgen om op een veilige manier natuurlijk zoek- en jachtgerelateerd gedrag te gebruiken, kunnen allemaal onderdeel van de aanpak zijn. Een voorspelbaar patroon zoals het '1-2-3 Spel' kan onderweg helpen om contact te houden, maar timing is belangrijk. Als je hond het konijn in gedachten al bijna te pakken heeft, ben je met je één-twee-drie waarschijnlijk wat laat begonnen.
De sociale trekker
Hond in zicht! Mens in zicht! Daar moeten we heen! Sommige honden lijken ervan overtuigd dat iedereen die buiten loopt speciaal voor hen gekomen is. Ze trekken naar andere honden, mensen of allebei. Daarbij speelt leren vaak een belangrijke rol. Stel dat je hond naar een andere hond trekt en uiteindelijk mag begroeten. Vanuit zijn perspectief was trekken dan behoorlijk succesvol: trekken → ik kom bij de hond.
Dat betekent niet dat je hond nooit meer iemand mag begroeten. Je kunt hem juist leren dat rustig meelopen of even contact met jou maken de kans vergroot dat hij ergens naartoe mag. En soms lopen jullie gewoon door. Niet iedere hond hoeft tenslotte kennis te maken met iedere andere hond in de wijk.
De gefrustreerde trekker
Deze hond wil ergens heen, maar de lijn zegt nee. En met dat antwoord kan hij slecht uit de voeten. Frustratie aan de lijn kan zich uiten in steeds harder trekken, piepen, blaffen, opspringen of happen in de lijn. Sommige honden richten die frustratie uiteindelijk zelfs op hun eigenaar of op een andere hond. Bij deze honden is het belangrijk om niet automatisch te denken: 'hij moet gewoon leren dat trekken niets oplevert'. Steeds stilstaan kan de frustratie namelijk verder laten oplopen. Meer bewegingsruimte, voorspelbaarheid en oefeningen waarbij de hond iets kan dóén, werken soms beter dan voortdurend afremmen.
Ook hier kunnen bijvoorbeeld het 1-2-3 Spel, richtingswisselingen of een andere actieve oefening prettiger zijn. En soms is de beste keuze simpelweg voorkomen dat je hond steeds opnieuw in dezelfde frustrerende situatie terechtkomt.
De onzekere of angstige trekker
En dan is er een trekker die gemakkelijk verkeerd wordt begrepen. Deze hond trekt niet ergens naartoe, maar ergens vandaan. Hij hoort een hard geluid en trekt richting huis. Hij ziet een hond en probeert weg te komen. Of hij loopt de eerste helft van de wandeling langzaam en gespannen, maar verandert zodra jullie omkeren ineens in een sledehond.
Deze hond heeft op dat moment geen probleem met ‘wandelen zonder trekken’. Hij probeert een situatie op te lossen waarin hij zich niet veilig voelt. Hem steeds stilzetten totdat de lijn slap hangt, kan dan juist extra spanning veroorzaken. Hij wil afstand nemen, maar kan dat niet. Kijk daarom eerst naar de emotie. Kan je hond nog rustig om zich heen kijken? Snuffelt hij? Kan hij voer aannemen? Herstelt hij nadat er iets gebeurt? Misschien moet de wandeling korter, moet er meer afstand tot bepaalde prikkels komen of is een andere wandelomgeving voorlopig geschikter. Een slappe lijn wordt pas een redelijk trainingsdoel als de hond zich voldoende veilig voelt om te kunnen leren.
De hond die het nooit geleerd heeft
Deze is misschien wel het minst ingewikkeld. Hij trekt omdat… hij trekt. Vanaf de eerste wandeling liep de pup vooruit. De lijn kwam strak te staan en de eigenaar liep mee. De pup werd groter en sterker, maar aan de afspraak veranderde niets. Vanuit het perspectief van de hond is dat volkomen logisch. Trekken heeft jarenlang uitstekend gefunctioneerd.
Bij deze hond kun je vaak vrij praktisch trainen. Beloon een ontspannen lijn, nabijheid en vrijwillig inchecken. Wissel van tempo en richting en zorg dat hard trekken niet telkens de snelste route naar een interessante plek is. In ons andere artikel ‘Wie laat nou eigenlijk wie uit?’ beschrijven we verschillende oefeningen die je daarvoor kunt gebruiken.
En welk type is jouw hond?
Waarschijnlijk meerdere. De hond die op weg naar het bos een enthousiaste haastmaker is, kan daar aangekomen veranderen in een neus-op-pootjes. Totdat er een konijn verschijnt en je ineens een jager aan de lijn hebt. Op weg naar huis loopt diezelfde hond misschien ontspannen naast je. En een hond die normaal graag vooroploopt, kan op een drukke markt ineens onzeker worden en juist de andere kant op willen. Daarom zijn deze typen geen etiketten die je op een hond kunt plakken. Ze zijn vooral een manier om anders naar trekken te kijken. Niet alleen naar wat de hond doet, maar naar de functie van dat gedrag. De volgende keer dat de lijn strak staat, kun je jezelf daarom eerst één vraag stellen:
Waar probeert mijn hond op dit moment naartoe – of juist vandaan – te komen?
Het antwoord daarop vertelt je vaak veel meer dan de strakke lijn zelf. En pas als je begrijpt waarom je hond trekt, kun je bepalen wat hij op dat moment van jou nodig heeft.



